WIES

Een theaterstuk over Vrijheid in de breedste zin van het woord, met Wies in de hoofdrol.

WIES bestaat uit zeven verschillende scènes, waarbij elke scène een afzonderlijk verhaal vertelt. De verschillende verhalen zijn samengebracht in één groot toneelstuk, met in de hoofdrol telkens een persoon die Wies heet. Zo zou Wies in de ene scène een man van 80 jaar kunnen zijn, terwijl Wies in de andere scène een meisje van 18 jaar is. Wies voert altijd een (innerlijke) strijd met de vrijheid. Daarnaast zijn er ook diverse verborgen karakters die voor Wies staan, maar dit beseft de bezoeker later in het verhaal.

Het toneelstuk begint met een gedicht. De zinnen van dit gedicht staan voor een titel van een scène.

Wies vrij? Of niet…

Bevrijd? Of te vrij…

In conflict, Wat kies jij?

Wie is Wies?

Wies is… Vrij!

 

Wies vrij?

Een jonge man en een jonge vrouw, die Adam en Eva voorstellen, dansen ogenschijnlijk naakt. Ze leven in hun eigen onschuld, onwetendheid en in totale vrijheid. Voor hen is er geen enkele beperking. Plots beseffen ze dat ze voor een volle zaal staan. Langzaam maakt hun gevoel voor vrijheid plaats voor schaamte. Ze beginnen zich te bedekken en ontnemen hiermee hun eigen vrijheid.

 

Of niet…

Dit verhaal speelt zich af rond 1940. Het is oorlog en tientallen mensen zoeken een plek in een schuilkelder, om enigszins veilig te zijn voor het oorlogsgeweld. De angst is voelbaar. Plots komt Wies, een Duitse soldaat, de kelder in. In de kelder is het erg onrustig. De mensen zijn bang en Wies wordt op een gegeven moment boos. Hierdoor schiet hij in een reflex een man neer. Daarna krijgt hij spijt. Hij heeft die man namelijk nooit neer willen schieten. Dit had niet mogen gebeuren. Wies is met zichzelf in conflict en weet dat hij moet kiezen tussen het leven van de mensen in de kelder, of dat van hemzelf. Uiteindelijk besluit hij de mensen hun vrijheid te geven.

 

Bevrijd?

Het is 1945 en de oorlog is voorbij! De vrijheid wordt uitbundig gevierd. Alle mensen komen uit hun huizen en vieren feest. iedereen is blij, er klinkt muziek en er wordt uitbundig gedanst.

Of te vrij…

Rond 1960 is Wies een jong meisje van 18 jaar. Ze neemt met haar ouders plaats in de kerk, die al vol zit met dorpsgenoten die hen allemaal afkeurend aankijken. Wies is duidelijk liever ergens anders. De pastoor doet zijn preek. Wanneer hij de zin uitspreekt: “Het laatste wat we willen is nog een bastaard in ons midden”, draaien alle hoofden naar Wies. Dit is voor haar de druppel. Ze vertrekt naar de stad en wil haar eigen leven gaan leiden, haar idealen achterna, ver weg van dit dorp.

In de grote stad kan en mag alles, zijn er geen regels en is er toezicht. Wies ontmoet een leuke jongen. Ze hebben een prachtige tijd samen, totdat de wereld steeds een klein beetje veranderd. Waar de stedelingen in het begin nog protesteren voor hun idealen en de protesten lollig en onschuldig lijken, slaat de sfeer op een gegeven moment om. Als Wies ontdekt dat ze zwanger is, is de relatie met haar vriend hier niet sterk genoeg voor. De jongen kiest voor zichzelf, terwijl Wies hoogzwanger besluit terug te gaan naar de geborgenheid van het dorp.

In conflict

Hoewel het lijkt dat we nu in een ideale wereld leven, is dit niet overal het geval. In deze scène worden foto’s van kinderen uit Het Westen, afgezet tegen kinderen uit oorlogsgebied of derdewereldlanden.

 

Wat kies jij?

Wies, een oude man van een jaar of 80, weet dat hij niet meer lang te leven heeft. Hij schrijft een brief naar zijn kleinzoon die ieder moment geboren kan worden. Hij wil hem nog een wijze raad meegeven over vrijheid in het leven.

 

Wie is Wies

De kleinzoon van Wies uit de vorige scène, heet ook Wies. Kleinzoon Wies is inmiddels ouder en zit met grote vraagstukken. Hij leest de brief van opa Wies, maar komt hier niet verder mee. Hij is geboren in het lichaam van een man, maar voelt zich een vrouw. Hij weet niet wat hij moet doen. Iedere actie heeft grote gevolgen. Kleinzoon Wies gaat in deze scène in gesprek met alle voorgaande ‘Wiesen’. Zij proberen de huidige Wies te adviseren. Wies raakt meer en meer in gesprek met al deze “stemmen” in zijn hoofd en besluit uiteindelijk dat hij helemaal niet hoeft te kiezen. Hij hoeft geen man te zijn, en geen vrouw: “Ik ben gewoon Wies! Wie ben jij?”

Wies is… Vrij!